Gegevens ingeven

Terug naar hardware en software.

De computer verwerkt gegevens. Deze moeten wel eerst in de computer gebracht worden. Hiervoor geven we bepaalde instructies. Deze instructies geven we met invoeraparaten.
De bekendste invoerapparaten zijn de muis en het toetsenbord. Dit zijn echter niet de enige mogelijkheden. Een scanner, touchpad of microfoon met spraakherkenningssoftware zijn ook voorbeelden van invoerapparaten.

Werken met de muis

De muis ishet meest gebruikte invoerapparaat bij de computer. Hoewel je heel veel verschillende modellen hebt voor een muis, hebben de meeste ongeveer hetzelfde uitzicht.

Op de afbeelding hieronder zie je een heel gewone muis.
iqbxg3.jpg

Aangeduid zijn
1) de linkermuisknop
2) de scroll / scrollwieltje
3) de rechtermuisknop.

De plaats van de muis wordt op ons scherm weergegeven door een cursor. Deze ziet er meestal uit als een pijltje, maar kan ook een handje, een verticale lijn , schuine pijl, of zandlopervorm aannemen.

Wat kun je nu met de muis doen?

Wanneer we op de linkermuisknop duwen, geven we een opdracht.
Oefening: duw op START

Wanneer we 2x op de linkermuisknop klikken (=dubbelklikken), openen we een bestand of programma
Oefening: dubbelklik op Mijn documenten

Wanneer we op de rechtermuisknop klikken, gaat er een menu open.
Oefening: rechterklik op Mijn documenten

We kunnen meerdere objecten selecteren of objecten verplaatsen door te slepen. Hiervoor klikken we op de linkermuisknop, en houden we deze ingedrukt terwijl we de muis bewegen. Er verschijnt een kader om onze selectie aan te duiden.
Oefening: klik en sleep op je bureaublad.

Werken met het toetsenbord

Via het toetsenbord (ook wel klavier genoemd) kunnen we cijfers en letters ingeven in de computer. Dit doen we door op de knop met het gewenste teken te drukken. Dit heet men dan ‘typen’.

De plaatsing van de tekens op een toetsenbord vind zijn oorsprong bij de schrijfmachines. Daar had men reeds een onderscheid tussen QUERTY en AZERTY. Dit onderscheid vinden we vandaag ook nog terug. Het QUERTY toetsenbord is nog in gebruik in de VS en Groot-Brittannië, terwijl we in België en Frankrijk de AZERTY standaard gebruiken.

Op een toetsenbord kunnen we verschillende delen onderscheiden.

1e5cmp.jpg
  1. Functietoetsen: Deze toetsen worden gebruikt om bepaalde specifieke functies te activeren. Welke functie geactiveerd wordt, is vaak afhankelijk van wat je aan het doen bent op de computer, welk programma je gebruikt,… De F1 toets is bijvoorbeeld vaak de help-funtie.
  2. Aflanumeriek klavier: Het alfanumeriek klavier omvat het volledige alfabet, alle cijfers en de meest gebruikte leestekens. Verder zijn ook de spatie (lange rechthoek onderaan) en enterknop (groot en vaak L-vormig) hierop aanwezig.
  3. Navigatietoetsen: Met deze navigatietoetsen (ook wel de pijltjestoetsen genaamd) kun je navigeren in een document, een map,…
  4. LED's: Deze LED’s (meestal 2 of 3) geven aan of bepaalde typ-modussen zijn in– of uitgeschakeld. Zo is er een Num Lock toets, die aangeeft of het numeriek klavier is ingeschakeld, en een Shift Lock toets (ook wel Caps Lock genoemd) die aangeeft of het alfanumeriek klavier in hoofdletters word geactiveerd. De 3e LED geeft meestal aan of Scroll Lock ingeschakeld is. Deze functie wordt bijna nooit meer gebruikt door hedendaagse programma’s.
  5. Numeriek klavier: Het numeriek klavier wordt ook wel het numeriek eiland genoemd. Wanneer dit is ingeschakeld (zie ook LED’s hierboven) kun je gemakkelijk cijfers ingeven. Verder vind je hier ook de rekentekens.
2h2nls0.jpg

Andere belangrijke toetsen

  • ESC: Het onderbreken of afbreken van een bepaalde handeling.
  • Printscreen: Maken van een schermafdruk. Hiermee maak je een ‘foto’ van het beeldscherm. Deze kan dan gebruikt worden in programma’s als Word en Paint.
  • Scroll Lock: Hiermee schakel je Scroll Lock in (zie LED’s hierboven)
  • Pauze: Een verwerking pauzeren. Wordt niet vaak gebruikt.
  • Insert: Wisselen tussen het ‘tussenvoegen van tekst’ en het ‘over een tekst heen typen’. Dit kan gebruikt worden in programma’s als Word en Excel
  • Delete: Tekst rechts van de cursor wissen. Wanneer we in ‘Verkenner’ aan het werken zijn (zie pagina ), plaats je met deze knop bestanden/mappen in de prullenmand.
  • Home, End: Navigatietoetsen om snel naar een bepaalde plaats op het scherm te springen. Bij tekst ga je hiermee snel naar het begin (home) of einde (end) van je tekst.
  • PageUp, PageDown: Navigatietoetsen om een vorig of volgend scherm te tonen. In het programma Word ga je met deze knop naar een vorige of volgende pagina tekst.

Verder naar navigeren op de pc.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License